Skip to main content

Dit blog is een reactie op een artikel in de Volkskrant van 7 februari 2022

De al oude discussie over de toegevoegde waarde van de makelaar steekt af en toe de kop op. Vroeger was de makelaar de man (of vrouw) met de kaartenbak die daarin woningen (of kopers) had, die niemand anders kon zien. Nu is het de persoon die, nog voordat de woning ‘transparant’ op internet staat, al weet wat er komen gaat. Maakt dat de makelaar slecht?

Beste van de wereld

De makelaar moet knokken om zijn toegevoegde waarde aan zijn klant duidelijk te maken. Het is een dienst en dus niet tastbaar. Dat is altijd lastig. Er zijn bovendien veel te veel makelaars die feitelijk allemaal hetzelfde doen. Maar vergeet niet dat we in Nederland wereldwijd gezien het beste makelaarssysteem hebben dat je maar kunt bedenken. Met de hoogste kwaliteit, meeste regulering en beste kennis. En de laagste kosten voor de consument.

Altijd slechte makelaars

Critici schreeuwen moord en brand over ‘de makelaar’. En sommigen denken dat die makelaar uiteindelijk ook het onderspit zal delven en dat techniek het gaat winnen. Maar ook over 10 jaar zijn er nog steeds makelaars. En ook nog steeds slechte makelaars. Dat is net zoals bij slechte garagebedrijven. Die zijn er en zullen er altijd zijn. Ondanks alle waarborgen van een partij zoals de Bovag. Zolang we geen plan-economie maar een vrije marktwerking in Nederland hebben, mag iedereen zich op de markt bewegen.

Bekijk daarom de markt vanuit een breder perspectief en, niet onbelangrijk, kijk in de spiegel. De inzet van de branche- en beroepsverenigingen om de kwaliteit hoog te houden is enorm. Daarnaast moet je als consument ook goed naar je eigen gedrag kijken. Wil jij absoluut de hoogste opbrengst voor je huis. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. En wil je dat ook nog tegen de laagst mogelijke courtage?

Uit bed

Vergeet niet dat veruit het overgrote deel van de makelaars gewoon iedere dag uit hun bed komen om een zo goed mogelijke dienstverlening aan hun klanten te bieden. Omdat juist dat hun toegevoegde waarde is.

 

 

Jeroen Wilhelm, Mede-oprichter en directeur van Cribb